poëzie

 

POLITIEKE COLUMNS

 

politieke columns

 

 

politiek dagboek

 

 

 

persoonlijk

 

Deze columns weerspiegelen in principe mijn persoonlijke mening over zaken en mensen. Ze vallen onder mijn verantwoordelijkheid en vertegenwoordigen niet  a-priori de opvattingen van mijn fractie. Het zijn dan ook columns, die een zekere scherpte en gechargeerdheid  kunnen hebben, maar die toch vaak de nuance en de mildheid vertonen die mij eigen zijn, zeker met het ouder worden.
De columns staan hieronder in één stuk onder elkaar in omgekeerde volgorde: de nieuwste bovenaan.

Column zoeken op datum: houd uw muis hier.

 

 

 

AL•LO•CHTOON - 25 februari 2008

Goed zo, mijnheer Kamp! Er is geen enkele reden om ten strijde te trekken tegen doodnormale woorden, die scheldwoord noch belediging zijn, en slechts een zakelijke omschrijving bieden van een hoedanigheid die op geen enkele wijze strijdig is met artikel 1 van de grondwet. Minister Hirsch Ballin wil het woord afschaffen, en u bent daar tegen.

Waar gaat het om? Ik leg het nog één keer uit: "allochtoon" is samengesteld uit het Griekse αλλος (allos = ander) en het eveneens Griekse χθων (chthoon = land). Iemand uit een ander land dus, een volledig waardevrije beschrijving. Het mooiste van alles is, dat iedereen allochtoon is, wanneer hij zich waar dan ook op de wereld bevindt, met uitzondering van zijn moederland. Ik ben dus ook allochtoon, niet omdat mijn betovergrootvader een Zweedse huursoldaat was die met het leger van Napoleon in Nederland terechtkwam, maar gewoon wanneer ik op reis ben in Argentinië, Baarle-Hertog of de Caucasus. Het enige wat er met het woord allochtoon mis is, is dat het foutief afgebroken wordt in het Groene Boekje; dat schrijft al•loch•toon terwijl het natuurlijk al•lo•chtoon moet zijn.

De rest, ik ben het met Kamp volkomen eens, is gezeur. Echter, zijn redenering deugt niet. Volgens Henk Kamp hebben we het woord nodig omdat een aanzienlijk deel van de allochtone bevolking hetzij in kommervolle omstandigheden leeft, hetzij zich grof misdraagt en je die misstanden of dat gedrag niet kunt bestrijden als je niet over dat woord beschikt. Hoezo kan dat niet: mijn partij wil opkomen voor een fatsoenlijk leven voor wie dat niet heeft en mijn partij wil ook dat geboefte keihard aangepakt wordt. Daarbij is het woord allochtoon volstrekt irrelevant. Je hebt woorden als "achtergestelden" en "criminelen" nodig om te kunnen beschrijven voor welke doelgroepen je maatregelen in petto hebt! En goede maatregelen hebben we dringend nodig, om daar waar bepaalde groepen allochtonen achterblijven, en andere groepen allochtonen zich niet aan de regels houden, verbetering te bewerkstelligen.

Wat zegt u, geldt dat óók voor autochtonen? Inderdaad, en daar heb je dus óók maatregelen voor nodig. Maar één soort maatregel kunnen we missen als kiespijn: de taalkundige maatregel.

 

   
TOLERANTIE - 3 januari 2008

De laatste dagen lees ik zo'n beetje alles wat in de media verschijnt over de film van de heer Wilders. Naar verluidt verschijnt die op 25 januari op de televisie. Uiteraard veroorzaakt dat grote opwinding onder de islamitische inwoners van Nederland, en ook daarbuiten: de maker heeft al laten weten dat hij de Islam beschouwt als een verwerpelijke, fascistische ideologie. De lezerscommentaren die ik tegenkom van de hand van zijn aanhangers, zouden niet misstaan hebben in "Volk en Vaderland".

Ik probeer mij voor te stellen hoe ik mij zou voelen als iemand een dergelijke film aankondigde over mijn kerk, de Rooms-Katholieke Kerk.. Ik zou diepbedroefd zijn en het verder naast mij neerleggen: mijn geloof wordt er niet door aangetast en volgens mijn opvattingen zou de filmmaker zich hierover ooit bij God moeten verantwoorden.

Ik heb twee opmerkingen: één voor de heer Wilders, en één voor díé moslims die met geweld zouden willen reageren:

1. Mijnheer Wilders, ik vind uw opvattingen zeer verwerpelijk en ik zie u als een hitser die als politicus voordeel probeert halen door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Uw gedrag doet mij sterk denken aan de nazistische ideologie die in Duitsland in de jaren dertig opkwam. Niettemin vind ik dat u het recht heeft, uw minne meningen wereldkundig te maken via elk medium dat u daarvoor kiest en sta ik op de bres voor dat recht. En dat om twee redenen: ten eerste uit principe en ten tweede omdat in de openbaarheid iedereen zijn onderscheidingsvermogen erop kan loslaten.

2. Beste mensen, laat de heer Wilders met rust met zijn abjecte opvattingen. Hij kan u niet deren en het beste is, zijn geblaat te laten uitdoven in een oorverdovende stilte. God zal hem wel ter verantwoording roepen wanneer zijn tijd gekomen is, daar hoeven wij mensen ons niet mee te bemoeien. Natuurlijk begrijp ik uw verontwaardiging en droefenis: wat u heilig is, is u lief, maar geloof mij: die heiligheid en die liefde kùnnen niet door zo'n minkukel besmeurd worden!
 

   

STOOP - 31 december 2007
Op de laatste dag van het jaar lees ik met bewondering op de website van Bram Stoop (Onafhankelijk Delft):

Ik zeg altijd maar zo, ik accepteer een ieder, ongeacht afkomst etniciteit of geloof maar als het om gedrag gaat trek ik een grens. Ik denk dat als we dit als uitgangspunt gebruiken dat dan 2008 veel simpeler wordt voor de vele mensen die zich druk maken om wat een ander zegt of denkt. Ik ga dan ook geen mening geven over een film van Geert Wilders die mogelijk uitgezonden gaat worden want, dat doe ik wel als ik daadwerkelijk de film gezien zou hebben. Wel is het zo dat ik niet verplicht ben om te kijken want er zit een knop waar ik mijn televisie aan en uit mee kan zetten en dat geldt voor iedereen. (zie: http://www.bram-stoop.nl/paginas/watworden)

Goed zo, Bram! Niet generaliseren, geen mensen veroordelen, maar ongewenst gedrag aanpakken. Als we in Delft in 2008 allemaal naar deze nobele uitgangspunten gaan handelen, gaat het met deze stad de goede kant op. Ik ben Trots op Delft, en ik ben ook trots op jou. En wat ongewenst gedrag betreft, kunnen we dat ook uitstrekken tot drinken onder de 16? (Grapje!)

 

 

 

LIEGEN – 7 december 2007

Het woord klinkt weer eens alom. Weer eens, want zodra er discussie ontstaat over de verhuizing van de dagopvang voor daklozen en verslaafden, vliegt het woord “liegen” je om de oren. Jammer dat er nooit een onderbouwing bij staat: wat er dan precies gezegd is, waarover, en wat daaraan onwaar is, en waarom. Nee, dat is blijkbaar te veel moeite, dus de betrokkenen houden het simpel: die-en-die liegt. Jammer: op die manier wordt het voor mij in elk geval erg moeilijk, sommige tegenstanders van de verhuizing serieus te nemen. En wanneer ik lees dat een burger van deze stad een bestuurder in geschrifte “autistisch gedrag” toeschrijft, is voor mij een grens bereikt: dat is in ieder geval gelogen, want autisme is een psychiatrische diagnose, die er in het onderhavige geval niet is. En wees daar maar blij om: wie die diagnose wèl heeft, diens pad gaat niet over rozen, daar kan ik over meepraten! Het maakt me boos.

 

 

 

 

 

YAMAHA – 3 december 2007

Door ziekte beweeg ik mij steeds moeilijker. Mijn motor is daarom een uitkomst: hij stelt mij in staat, overal te komen. Overal? Ja, dat kàn wel, maar het màg niet. Het autoluw staat immers alleen fietsers toe (en bromfietsers op de Oude Langendijk), en auto’s worden alleen voor speciale doeleinden door de pollers gelaten.

 

Persoonlijk betreur ik het dat ik zodoende beperkt ben in mijn bewegingsvrijheid, maar ja, het ziektebeeld is waarschijnlijk nog niet zo ver ontwikkeld dat ik een indicatie kan krijgen voor een invalidenvoertuig (waar ik overigens ook nog helemaal niet in wil rijden).

 

 

Voorlopig doe ik het zo: stapvoets naar een plek waar niemand er last van heeft. Dat doen overigens meer motorbezitters: ga maar eens kijken op de Wijnhaven en de Boterbrug). Hopelijk hanteren de opsporingsambtenaren het opportuniteitsbeginsel en laten zij het handjevol motorrijders, dat zich keurig gedraagt, ongemoeid. Zoniet, dan zal ik een andere oplossing moeten kiezen. Het zal zich trouwens vanzelf oplossen: motorrijden zal op den duur lichamelijk onmogelijk worden en dan zal ik voor de Yamaha een koper moeten zoeken.

 

NIJMEGEN – 29 november 2007

“Algemeen Beschaafd Nederlands is de taal die ik spreek” is een uitspraak die toegeschreven wordt aan de Nijmeegse hoogleraar P.C. Paardekooper, een inmiddels misschien wat vergeten, maar ooit bekende en omstreden linguïst. Ik moest eraan denken toen ik vanochtend de mediaverslagen las van de extra vergadering van de Gemeenteraad van de stad van Karel de Grote, gisteravond.

Vooral de reacties van sommige burgers schieten mij een beetje in het verkeerde keelgat: wat mensen ranzig vinden mogen zij natuurlijk zelf bepalen, maar om een publiek persoon nu af te branden omdat je zelf meent dat een fietsenhok geen wellustige plek is en de gebruiker van het fietsenhok dáárom geen geschikte stadsbestuurder kan zijn, slaat helemaal nergens op. Iedereen heeft recht op een privéleven, oordelen over de hoogstaandheid daarvan horen niet in het politieke debat thuis, en zeker generalisaties als: “Wat kun je ook anders verwachten van de PvdA,” zijn beneden elk peil.

 

“Vunzig is elk gedrag dat ik vies vind” is een uitspraak die ik vandaag hier en daar tegenkom. Dat is een mening waar mensen recht op hebben, maar die in de arena niet gebruikt mag worden om een politieke strijd uit te vechten. We spelen het spel rond de zaak en niet rond de man/vrouw, althans, zo moet het zijn, en Depla heeft er verstandig aan gedaan, er het zwijgen toe te doen.

 

Overigens kan het natuurlijk wel zo verstandig zijn, je als politiek figuur zo zorgvuldig mogelijk te gedragen, juist omdat je weet dat je bij het minste of geringste niet alleen jezelf, maar ook je partij, en het hele politieke bedrijf, schade kunt berokkenen, wat weer negatieve gevolgen kan hebben voor de burgers die je vertegenwoordigt. Je hebt wèl een voorbeeldfunctie, of het nu gaat om creatief omgaan met de verkeersvoorschriften of een vrije seksuele moraal. Daarvan moet je je bewust zijn.

 

 

 

 

 

 

 

OSENDARPSTRAAT ? - 23 november 2007

 

Tja, het is natuurlijk niet zo handig, maar om daar nu zo’n stennis over te maken, vind ik te ver gaan: een paar raadsleden zijn niet op de hoogte van het NSB-verleden van een Olympisch kampioen uit 1936. Een beetje naïef zou ik het hoogstens willen noemen: alleen het jaartal al, had een belletje moeten doen rinkelen. Maar het is voor mij boven iedere twijfel verheven: Van der Werf en Meuleman hadden dit voorstel nooit gedaan als zij beter geïnformeerd waren geweest. Osendarp is gewoon niet zo bekend, en deze uitglijder was natuurlijk nooit gemaakt over de in 1918 in Delft afgestudeerde ir. A.A. Mussert. Gelukkig wisten voorgaande gemeentebesturen wel wat het verleden met zich meedroeg toen zij straatnamen als Mekelweg, Van Hasseltlaan en Schoemakerstraat gaven. Misschien kan STIP zich nog eens over de naamgeving buigen: opvallend veel Delftse studenten zaten in het verzet, en velen van hen moesten het met hun leven bekopen, met name leden van het Delftsch Studenten Corps.

 

Het is mij altijd een raadsel geweest, waarom sommige organisaties, zoals DSC zich principieel distantieerden van de nazis, en andere, zoals de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, zich op het standpunt stelden dat het geen kwaad kon om “gleichgeschaltet” te worden. Het zou geen kwaad kunnen als de hedendaagse burgers zich op dit punt wat meer in de geschiedenis verdiepten: een uitdeler van “De Telegraaf” reageerde nog onlangs met groot ongeloof toen ik hem vertelde dat ik zijn blad niet wilde hebben, ook niet voor niks, omdat het in 1948 door de rechter voor 30 jaar verboden werd. Als lezer van “Trouw” kan ik mij immers geen grotere tegenstelling indenken. Voor wie de geschiedenis nog eens wil nagaan: de ontroerende allereerste uitgaven van Trouw staan op internet: http://www.trouw.nl/redactie/illegaletrouw/ombouw.html?url=http%3A//www.illegaletrouw.nl/ evenals Het Parool: http://www.hetillegaleparool.nl/ . Misschien is het in Delft tijd voor een Trouwstraat of een Paroolplein?

 

 

 

 

ANDERSOM  -  5 NOVEMBER 2007

 

Wat jammer dat de cursus Kennismaken met de Islam op maandagavonden plaatsvindt: op zijn website heeft Jan Peter de Wit (http://www.jpdewit.nl/andersom.htm) mij erg nieuwsgierig gemaakt voor de cursus, maar helaas zijn onze fractievergaderingen op die avond, dus het zal niet gaan.

 

Niet gehinderd door enige kennis van het staatsrecht leutert De Wit er rustig op los en schijnt hij niet te begrijpen dat de scheiding van kerk en staat juist de garantie is voor de vrije uitoefening van alle godsdiensten.

 

Ik neem echter aan dat ik later nog wel een kans zal krijgen om kennis te maken met de Islam, die door zo veel mensen in mijn omgeving wordt aangehangen, met de overgrote meerderheid waarvan ik goed kan opschieten, maar waaronder er ook zijn die mij verontrusten door hun afkeer van mijn cultuur en godsdienst. Alle reden dus om nader kennis te maken met de achtergrond van deze stadsgenoten.

 

 

 

 

PRIEMGETALLEN EN DE FRACTIEVOORZITTER VAN HET LID VERDONK

 

Ik denk dat priemgetallen van belang zijn in de geschiedenis van mensen en mensheid: Constantinopel viel in het jaar 1453 op 29 - 5, allemaal  priemgetallen, en ook het jaartal 1933 is er één, waarin de geschiedenis een dramatische wending nam. Ik ga met pensioen in 2011.

Gisteren, op mijn 61-ste verjaardag (het 18e priemgetal), hoorde ik Rita Verdonk in NOVA zeggen dat het Nederlands de landstaal is. Daarmee ging zij volledig voorbij aan de andere officiële landstaal, het Fries, die overal gebruikt mag worden in officiële stukken. Als je dat al verwaarloost, wat zal dan het lot zijn van de andere minderheidstalen waarmee Nederland in de afgelopen decennia verrijkt is? (Voor de goede orde: ik vind dat iedereen die in Nederland woont, het Nederlands moet beheersen, maar als er ooit een verplichting komt om alléén Nederlands te spreken, ga ik in verzet en spreek ik in het openbaar alles behalve Nederlands.)

Hoe dan ook, ik wil een serie gedichten maken naar aanleiding van mijn leeftijd in priemgetallen. Ik zal nog hard moeten werken: 2 3 5 7 11 13 17 19 23 29 31 37 41 43 47 53 59 en 61 zijn al voorbij. Ook in de toekomst heb ik nog voldoende werk, als ik het mag beleven: 67 71 73 79 83 89 97 101 103 107 109 113 (naar 127 is een groot gat ;-).

Het eerste gedicht (hier) is een “cholerisch sonnet”, de versvorm die ik voor deze serie heb uitgekozen. (Zie: Polzer, H.H., “Versvormen”, de Stiel, Amsterdam, 2000.)

 

 

 

 

 

 

13 juni 2007

 

OPEN BRIEF AAN DE HEER M. STOELINGA NAAR AANLEIDNG VAN ZIJN REISVERSLAG OVER EEN BEZOEK AAN EEN VERNICHTUNGSLAGER

 

Geachte heer Stoelinga,

 

Op de website van uw politieke partij trof ik een ontboezeming aan naar aanleiding van uw recente bezoek aan het vernietigingskamp Auschwitz. Uit uw woorden maak ik op dat het fysiek aanwezig zijn op de plek waar onnoembare gruwelen hebben plaatsgevonden uit naam van een onmenselijk en misdadig regime u emotioneel zwaar geschokt heeft. Dat is alleen maar begrijpelijk en siert u. Wat daar totaal onschuldige mensen is aangedaan gaat immers ieder voorstellingsvermogen te boven, vooral bij wie, zoals ik, nog nooit die plaatsen bezocht heeft. Niettemin heb ik er wel een vermoeden van, dat ik aardig van streek zou raken van zo’n bezoek. Wat dat betreft kan ik met u meevoelen.

 

Ik vind het echter jammer dat u, blijkbaar nog steeds van uw stuk, de verantwoordelijken voor de Endlösung vergelijkt met de bestuurders en politici van Delft anno 2007. Begrijpt u mij goed: het gaat mij er niet om dat ik mijzelf of mijn collega’s door uw woorden beledigd acht, daarvoor heb ik in de loop van de jaren wel een bredere rug gekregen. Die heb ik echter niet ontwikkeld voor de vreselijkheid van de Holocaust, die op volstrekt misse en verwerpelijke wijze door u wordt gekleineerd doordat u haar vergelijkt met het bestuur van onze stad, dat niet altijd helemaal naar uw zin is. (Dat is overigens gewoon de consequentie als de wil van de kiezer een andere is dan die van uw partij.)

 

Door op die manier de vergelijking te maken bagatelliseert u het leed dat de vervolgingsslachtoffers is aangedaan èn de verantwoordelijkheid van de daders. Ik schrijf u dit ook uit naam van mijn ouders. Zij zijn overleden en kunnen niet zelf reageren, daarom doe ik dat voor hen. Zij waren geen helden, maar deden wel dingen voor mensen die door het Nazi-regime werden vervolgd, kleine dingen met grote gevolgen, waarbij zij zelf groot gevaar liepen. Zij zouden walgen van uw vergelijking, maar het u persoonlijk vergeven, onder het motto: Die man weet duidelijk niet waarover hij het heeft.

 

Dat u bij het maken van deze valse vergelijking ook vuige scheldwoorden aan ons adres gebruikt, is uiteraard een kwestie van persoonlijke stijl. Ook daardoor voel ik mij niet persoonlijk geraakt, en ik vraag mij alleen af hoe een politicus die zich hieraan schuldig maakt, daarvoor door de kiezer afgerekend zal worden.

 

Met vriendelijke groet,
Rolf Clason

 

 

 

 

 

30 maart 2007

UNANIEM !

Met veel plezier kijk ik terug op de raadsvergadering van gisteren: mijn voorstel over terugdringing van het alcoholgebruik onder jongeren van 11 tot 15 jaar werd immers met algemene stemmen door de Gemeenteraad aangenomen. Het feit dat Leefbaar Delft daar nog een schorsing voor nodig had doet daaraan voor mij niets af: integendeel, het is immers van groot belang om een juist besluit te nemen en woordvoerder Bram Stoop liet daarover noch in de commissie noch in de raad enige twijfel bestaan.

Vanaf deze plek dank ik allen die dit karwei samen met mij tot een goed einde brachten: de fracties van CDA, CU/SGP, D66, SP en VVD (in het bijzonder VVD-woordvoerder Leja van der Hoek die in het raadsdebat fel van leer trok), de ambtenaren van de gemeente Delft die mij van informatie voorzagen en moreel steunden evenals de politie), de medewerkers van de griffie die mij met de techniek hielpen en mijn slordigheden met de tekstverwerking opmerkten zodat dat niet tot rampen leidde, mijn eigen fractie die met veel belangstelling, wijze raad en ondersteuning meedacht, met name fractievoorzitter Femke Stolker die mij voortdurend verzekerde dat zij dit project heel belangrijk vond, het afdelingsbestuur van de PvdA-Delft/Midden-Delfland met zijn opbouwende woorden.

Ook buiten onze plaatselijke overheid kreeg ik veel steun: dr. Nico van der Lely, kinderarts van de Reinier de Graaf Groep voorzag mij rijkelijk van cijfermatige onderbouwing en aanstekelijk enthousiasme, andere gemeenten en verslavingsinstellingen namen de tijd voor mij, mijn vrienden van de AA-groep Nu of Nooit hoorden mij aan en gaven raad, en mijn partner Diana en zoon Daniel uitten niet alleen dat ze het belangrijk vonden wat ik deed, maar tolereerden ook dat ik nog vaker van huis was dan doorgaans al het geval is.

Het unanieme raadsbesluit was de kroon op dit eerste heel eigen voorstel van mij. Samen de schouders eronder was voor mij persoonlijk een vereiste, nog meer dan politiek gewin. Maar natuurlijk gaat het om dat laatste ook: de PvdA-fractie heeft hierbij het voortouw genomen en krijgt daarvan ook de eer. Ze is het ook aan de verkiezingsuitslag verplicht: het Franse gezegde "Noblesse oblige" (Adeldom geeft verplichtingen) leidt ertoe dat je na zo'n groot verkiezingssucces aan je kiezers verplicht bent, iets behoorlijks te vertonen. Geen noblesse de robe, geen noblesse d'épée, maar een noblesse des urnes électorales.

In NOVA ging het vanavond over de publicatie van de Wiardi Beckman Stichting aangaande de "toestand" waarin de PvdA zich heet te bevinden. Ik werd er depri van en zette het uit om deze column te gaan schrijven. Wat nou "toestand"? Wij hebben hier de verkiezingen gewonnen op 7 maart 2006 (zoals trouwens in de overgrote meerderheid van de gemeenten) en wij zijn bezig dat te vertalen in de realisatie van belangrijke zaken voor Delft. In mijn fractie is ook niets te merken van zo'n "toestand", wij hangen niet "als los zand aan elkaar". Wij zijn samen (ook samen met onze wethouders, niet te vergeten) goed bezig en we gaan de nog resterende drie jaar goed door, unaniem!
 

 

 

26 maart 2007

ROST VAN TONNINGEN EN DE VIER VRIJHEDEN

In het weekeinde werd ik opgeschrikt door de berichtgeving omtrent de dood van Florrie Rost van Tonningen. "Wat is er?" vroeg Diana toen ze mijn gezicht zag, en ik probeerde haar uit te leggen wat er door mij heen ging bij het bericht dat de zwarte weduwe de gezegende leeftijd van 92 jaar bereikt had, en de bitterheid die mij bekroop bij het denken aan verzetshelden als Gerrit van der Veen en Jean Moulin, die hun jonge levens opofferden.

Een openbaring was voor mij daarom de weblog van Grimbert Rost van Tonningen, die met alle respect voor zijn moeder en haar goede kanten, genuanceerd maar zonder aarzeling afstand nam van haar politieke ideeën. Wie het wil lezen klikt hier: http://217.170.53.59/node/175.

Deze Grimbert schrijft trouwens meer interessante dingen: zie hier http://217.170.53.59/node/176 een beschouwing over de vier basale vrijheden van de mens. Na lezing was ik helemaal opgepept: geen wonder dat iemand met zulke verheven ideeën ook zo kritisch kan zijn over het slechte in zijn moeder en haar desondanks als mens blijft respecteren. Iemand om een voorbeeld aan te nemen!

 

11 maart 2007

DUBBELE LOYALITEIT ?

Van de week kreeg ik kritische vragen. Logisch: behalve mijn onafscheidelijke PvdA-roosje had ik óók een speldje van de (Franse) Parti Socialiste op. De vraag Voor wie ben je nou eigenlijk? vond ik onzin, het gaat toch niet om een voetbalwedstrijd, en we strijden toch so wie so niet tegen Frankrijk? Maar een andere vraag: Mag dat wel volgens de statuten van de PvdA? vraagt wèl om beantwoording. Ziehier: een PvdA-lid mag lid zijn van een buitenlandse politieke partij die aangesloten is bij de Socialistische Internationale, hetgeen bij de PS het geval is. Internationale solidariteit is trouwens een van de belangrijke uitgangspunten van het socialisme, in tegenstelling tot partijen die in hokjes denken en liefst hoge muren om Nederland zouden zetten. (Wat zouden die raar opkijken als dat echt gebeurde en ze 's morgens niets op hun ontbijtbordje zouden vinden!)

Zaterdagavond zag ik Rondom Tien en schrok. Verbeten gezichten van mensen die oprecht menen dat hun van alles aangedaan wordt door "die buitenlanders", een onmiskenbaar gevolg van politieke opportunisten die de noden van burgers weten te misbruiken om groepen in de samenleving tegen elkaar op te zetten en zo de samenleving te ontwrichten en zo een voedingsbodem trachten te creëren en hun macht uit te breiden. Verheffend was de rustige, weloverwogen inbreng van een jonge Marokkaanse vrouw die zich niet liet meeslepen in een heilloze discussie, maar waardig als haar standpunt naar voren bracht dat zij als Nederlandse beschouwd wil worden die samen met andere Nederlanders aan dit land bouwt. Daarnaast wil zij haar roots niet onder stoelen of banken steken, maar als een verrijking inbouwen.

Als politicus spreekt mij dit natuurlijk aan: ik probeer samen met anderen en vanuit mijn socialistische overtuiging aan Nederland te bouwen. Daarnaast houd ik als PS-lid contact met Franse socialisten, als een verrijking. Binnenkort gaan fractievoorzitter Femke Stolker en ik trouwens een cursus Inburgeren Andersom (Chinees) doen, nadat ik dat vorig jaar al voor Marokkaans deed. Leuk, om Chinese Nederlanders beter te leren kennen, en misschien kan ik straks verstaan wat mijn zoon Daniel allemaal met zijn Chinese vriend bespreekt :-))) .
 

 17 februari 2007

PASPOORT

 

Ben je dan soms voor Frankrijk? vroeg mijn collega H toen Nederland enige jaren geleden tegen dat land in de finale van het WK-voetbal speelde. Ik had H’s verbazing zien groeien: hij had hier een man voor zich die niet warm liep voor voetbal, en die het ook koud liet of Nederland deze finale zou winnen of verliezen. Ik zag hem zoeken naar een oplossing voor dit raadsel, en omdat hij leraar wiskunde was, en ik Frans gaf, een taal die hij nooit onder de knie had kunnen krijgen, omarmde hij het idee dat ik dan wel loyaal zou zijn aan Frankrijk.

 

Ik heb H ook na dit voorval nooit duidelijk kunnen maken dat het hele begrip “nationaliteit” mij niets zegt. Langdurig verblijf in Frankrijk en Griekenland is daaraan misschien debet. Vooral in Frankrijk ontmoette ik zo veel mensen die niet bij één land hoorden, zoals mijn vriendinnetje J, in Parijs, die mij bij de ochtendkoffie, op mijn vraag: Mais, je ne comprends pas…, toi qui es musulmane, tu n’as pas le droit de faire… ce qu’on vient de faire, qu’en est-il pour le Cor’an?, antwoordde: Mais non, je ne suis pas musulmane, je suis juive!1)  Een Turkse Jodin, daar had ik tot dan toe nog nooit van gehoord.

 

Later, in Griekenland, ontdekte ik dat er op ieder Grieks paspoort twee nationaliteiten stonden. Tante M, die communist was en in Berlijn gestudeerd had, legde mij uit dat ik hier onderscheid diende te maken tussen “Staatsangehörigkeit” (een paspoort hebben van het Griekse Koninkrijk), en “Volksangehörigkeit” (Jood, Turk, Griek, Italiaan … zijn). En haar zwager, de beroemde schilder A, zei mij op een avond aan tafel met zijn vertederende accent: Ma langue maternelle, ce n’est pas le grec, c’est le russe.2)  Op dat moment ontdekte ik pas dat hij met de Russische Staatsangehörigkeit geboren en opgegroeid was in Odessa, maar door zijn Griekse Volksangehörigkeit naar Griekenland had kunnen komen, waar hij pas Grieks geleerd had en getrouwd was met de Griekse F., die zelf geboren was in Alexandrië en opgegroeid met Arabisch en Frans.

 

Gisteren moest ik eraan denken, bij het zien van het onverkwikkelijke gebeuren in de Tweede Kamer over de paspoortenkwestie van onze (!) kandidaat-bewindslieden Aboutaleb en Albayrak. Onze ja, want dan voel ik mij wèl aangetast, op het moment dat die mijnheer Sietse Fritsma twee zulke sociaal-democraten zwart probeert te maken. Dan voel ik mij rechtstreeks aangevallen als sociaal-democraat, lid van de PvdA èn van de Parti Socialiste!

 

Mijnheer Fritsma mag dat overigens van mij wel zeggen en wat mij betreft hoeft hem het woord niet ontnomen te worden. Leagens hawwe koarte skonkjes 3) , nietwaar, mijnheer Fritsma?

 

Nee, wat dat paspoort betreft: ik kijk niet naar landen, nationaliteiten of godsdiensten, ik kijk naar mensen, of ze anderen rechtvaardig behandelen of tekortdoen. Ik zie nog, in 1968, die twee leden van de oproerpolitie met die jonge, Arabisch ogende demonstrante in dat zijsteegje van de Boulevard Saint-Michel, hun wapens opeens in mijn richting wijzend toen ze merkten dat ik hen betrapt had. Ik schaam mij niet voor Frankrijk: zij hadden van de Republiek niet de opdracht om met haar te doen wat zij daar deden, maar ik schaam mij wel voor mezelf, dat ik niet voor haar durfde opkomen, bang om beschoten te worden.

 

1)       Maar, ik begrijp het niet…, je bent moslima, je mag niet doen… wat wij zojuist gedaan hebben, hoe zit dat dan met de Kor’an?

Welnee, ik ben geen moslima, ik ben Joods.

2)       Mijn moedertaal is niet Grieks, maar Russisch.

3)       Leugens hebben korte beentjes. (Fries spreekwoord).

 

28 januari 2007

BESTE JAN-PETER,

of vind je het leuker om te worden aangesproken als "jongeheer De Wit"? Hoe dan ook, "humor is gecultiveerde onbeschaamdheid", zei Aristoteles al, en het doet mij genoegen dat je de oude wijsgeer probeert na te volgen. Gelukkig is je uitspraak aan het adres van Femke in het geheel niet humoristisch, en dus gewoon ongecultiveerd onbeschaamd, geheel in lijn met je eerdere ongefundeerde verdachtmakingen.

Het valt me wel erg van je tegen: ik heb je leren kennen als een bevlogen persoon die vindt dat veel mensen in onze samenleving onbehoorlijk behandeld worden, en dat dat anders zou moeten. Schokkend, vind ik het, dat jij vervolgens collega's onbehoorlijk behandelt, en ik weet zeker dat er in de fractie van Leefbaar Delft mensen zijn die niet op die manier willen omgaan met mede-politici. Ook voor hen vind ik het heel vervelend om te zien dat een van hun politieke leiders zich op zo'n onwaardige wijze gedraagt.

Tenslotte begrijp ik ook niet waarom je niet eenvoudigweg gevolg geeft aan de uitnodiging, de bewijzen die je voor je beschuldigingen meent te hebben, bij de politie neer te leggen, dan wel toe te geven dat je ze niet hebt en je te verontschuldigen. Ik kan je uit eigen ervaring verzekeren dat het heel bevrijdend werkt, je fouten toe te geven en je handelwijze te zuiveren.

Met collegiale groet, Rolf

 

 

 

 

31 december 2006

JACQUELINE WORMS DE ROMILLY – DAVID
...hV an ep elaciston arethV peri h yogou en toiV arsesi kleoV h... (Thucydides, toespraak van Perikles)

Mijn huisgenoten zijn op deze middag van oudjaar elders in huis met hun eigen dingen bezig. Vanochtend heb ik nog wat politiek werk afgemaakt, maar in de middag slaat de vermoeidheid toe die bij mijn ziektebeeld hoort, ik laat mij op de bank zakken en zet de TV aan, zappend door de satelliet-kanalen op mijn schotelantenne waar sommige buren zich over verbazen (Je bent toch geen Turk??).
Op de eigen zender van de Sénat, de Franse Eerste Kamer, waar buiten de vergaderingen culturele en maatschappelijke programma's worden uitgezonden (hadden we dat hier ook maar!), tref ik een intrigerende oude vrouw aan die in een ruimte die ik zo goed ken, de Bibliothèque Médicis, geïnterviewd wordt. Al snel kom ik erachter dat het om de beroemde filologe en essayiste Jacqueline de Romilly gaat, de in 1913 geboren dochter van de joodse filosoof Maxime David.
Al gauw zit ik helemaal in het programma: deze 93-jarige is zo helder van geest, zo streng voor haar eigen uitspraken, zo belezen, en zo open, tolerant en democratisch, dat ik me gelukkig prijs dat ik toevallig in deze uitzending terecht ben gekomen. De laatste tijd heb ik een aantal keren, in de politiek en elders, te maken gehad met mensen die zich altijd misdeeld voelen, nergens blij over zijn, en anderen overal de schuld van geven, terwijl zij tegelijkertijd van die anderen, vooral van de overheid, verwachten dat die hen uit ieder probleempje helpen dat op hun levenspad komt. Het is treurig om te zien dat bij een aantal van hen elk besef ontbreekt dat je in de eerste plaats zelf verantwoordelijk bent voor je eigen leven. Daarom komt deze positieve hoogbejaarde als geroepen.
Madame de Romilly is bekend als Thucydides-vertaalster, en gepromoveerd op Thucydide et l'impérialisme athénien, la pensée de l'historien et la genèse de l'œuvre, maar het gesprek gaat meer over haar werken uit 1971, 1992, 2003 en 2006 (!), waarin zij gedachten ontwikkelt over de Atheense liefde voor vrijheid en democratie, de problemen die de Atheners daarmee opdeden, en de betekenis die dit alles voor onze tijd nog heeft. De interviewer ondervraagt haar over dit onderwerp uitvoerig, en bij het einde van het programma komt de hamvraag: wat is voor onze tijd nu het belangrijkste dat wij van de Atheense democratie te leren hebben? Jacqueline denkt even na, en zorgt dan, haar woorden zorgvuldig wegend: Het besef dat ieder mens in al zijn eigenheid, de mogelijkheid en het recht heeft om deel te nemen aan de vormgeving van de samenleving, in vrijheid, in een sfeer van tolerantie. Tolerantie, voegt ze er nog aan toe, dàt is het sleutelwoord van een humane maatschappij.
Ja, denk ik nog napeinzend, dàt is ook wat ik in de gemeentepolitiek eigenlijk het allerbelangrijkste vind waarmee ik me bezig wil houden: mensen, burgers, mee laten doen, betrekken bij de stad en bij elkaar, in een vrije, open, tolerante atmosfeer. En als er dan mensen bij zijn zoals ik boven beschreef: narrigen en wrokkigen, tòch met ze in gesprek te gaan. In 2007 is het mijn voornemen, op deze weg, die ik al ingeslagen ben, verder te gaan. Nog meer het Stadhuis uit en de stad in, met iedereen praten, mede- of tegenstander, hier wonend sinds generaties of van elders gekomen, met positieve, maar ook met negatieve grondhouding. Terwijl ik de TV uitzet denk ik aan mijnheer H. Een tijd lang heb ik de afgelopen maanden met hem gemaild, tot hij het gesprek afbrak, boos op alles en iedereen. H., deze column is voor jou bestemd!



14 december 2006

BOUDEWIJN VERDONK

De treurige gang van zaken met de regering Balkenende die niet onder ogen wil zien dat het onder de nieuwe politieke werkelijkheid die op 22 november ontstaan is, niet gepast is, onomkeerbare besluiten te nemen over asielzoekers, doet mij onwillekeurig even denken aan 1990 in België, toen ons buurland een heuse koningscrisis beleefde. De aanleiding van deze crisis was de weigering van Koning Boudewijn om de in zijn ogen immorele abortuswet, die moord legitimeren zou, te ondertekenen. Om de wet toch te kunnen bekrachtigen heeft de toenmalige regering een procedure gebruikt waarbij de koning zich twee dagen lang in de onmogelijkheid bevond om te regeren. De wet werd gedurende deze periode door de voltallige regering ondertekend “in naam van het Belgische volk”.
Op enigszins vergelijkbare wijze zijn nu in Nederland de VVD-ministers voorlopig in de onmogelijkheid om te regeren op het punt van het vreemdelingenbeleid, dat dan ook aan een CDA-minister lijkt te zijn "uitgeleend". Natuurlijk springt Geert Wilders daar direct bovenop, roepend dat "de beste minister van het kabinet gedegradeerd is tot niet meer dan een staatssecretaris". Ik denk dat mevrouw Verdonk het over zichzelf heeft afgeroepen dat zij zich nu in het bedenkelijke gezelschap van Wilders bevindt. Anderzijds is het natuurlijk de VVD te verwijten dat men slappe knieën heeft,  en dat men daardoor het stemmenkanon Verdonk niet durft te lozen, terwijl toch voor echte liberalen duidelijk moet zijn dat zij met die politieke stroming niets opheeft, maar een puur conservatieve, populistisch-xenofobe koers aanhangt. Hoe anders is dit, dan het open-liberale gedachtengoed dat ik in de Delftse VVD aantref!
Wat moet de VVD nu vinden van het feit dat Rita Verdonk opgeofferd is? De prominente CDA-er Doekle Terpstra zei daarover in NOVA: "Offer? ... Offer? Hoezo geofferd? Ze moeten blij zijn als ze van haar af zijn."

10 december 2006

PINOCHET

Hij deed zijn voornaam eer aan: evenals de Romeinse keizer Octavianus wist hij zich meedogenloos van zijn tegenstanders te ontdoen. Tijdens zijn bewind kan de Grote Oceaan zo groot niet geweest zijn of hij moet rood gezien hebben van het bloed van de mensen die hij er vanuit vliegtuigen in liet gooien.

Wanneer ik het nieuws van zijn overlijden vanavond op de VRT zie, en later op het NOS-journaal, weet ik niet of ik moet huilen of lachen: tenslotte zie ik zijn aanhangers in tranen en zijn tegenstanders feestvierend in de straten van Santiago. Pas wanneer het tot mij doordringt dat de redactie van het journaal niet het benul heeft gehad om ook maar één foto of filmfragment te tonen van Salvador Isabelino del Sagrado Corazón de Jesús Allende Gossens (26 juli 1908 – 11 september 1973), de gekozen 29e President van Chili, breken de machteloze woedetranen in mij los. Ik zie de sociaal-democraat nòg uit het paleis komen, pistoolmitrailleur onder de arm om zich te verdedigen tegen de putschisten. Een kleine man, helm scheef op het hoofd, ongerust naar vliegtuigen speurend, geflankeerd door getrouwen:
 
Ook dàt was een 11e september, blijkbaar door sommigen al vergeten. Maar ik weet dat velen met mij niet vergeten zijn dat deze putsch de inleiding vormde van bloedige onderdrukking van de Chileense bevolking in de jaren zeventig en tachtig, en dat de methoden die gebruikt werden, door buurland Argentinië dankbaar werden overgenomen, één van de redenen waarom ik geweigerd heb, de voor mij gereserveerde stoel in de Amsterdam Arena in te nemen bij het huwelijk van de Kroonprins. Ik kende immers inmiddels de verhalen van Chilenen en Argentijnen, in Nederland en ook in Delft hun toevlucht zoekend!

Talloze vragen dringen zich nu aan mij op: zal hij zijn slachtoffers nu ontmoeten, zullen zij hem vergeven, zal hij die de aardse gerechtigheid wist te ontkomen, terecht moeten staan voor God,  zal hij zijn zonden belijden, zal hij zijn ziel kunnen zuiveren, zal hij incarneren en zal hij daarvan gebruik kunnen maken om te genezen? Tenslotte richten mijn vragen zich op mijzelf: wat heeft het lot in dit opzicht voor mij in petto?

 Wanneer de rust in mijn hoofd terugkeert, besluit ik, dit stukje te gaan schrijven, maar eerst wat troost te zoeken bij mijn favoriete dichters:

De duindoorn bloeit. De strijd heeft afgedaan.
De wereld zal ook eens verloren gaan.
(J.C. Bloem) 

Ik werd de laatste tijd toch zachter in mijn oordeel…
Vergeef het mij, ik kan… ik kàn hem niet vergeven!
(Ida Gerhardt)


27 november 2006

GEEN GEZEIK, IEDEREEN RIJK 

Wie kent ze niet, de “vrije jongens” Jacobse en Van Es? Kees van Kooten en Wim de Bie hielden schielijk op met hun Tegenpartij toen bleek dat hun scherpe satire door veel mensen serieus genomen werd. Achteraf gezien kun je je afvragen in hoeverre zij de auctores intellectuales geweest zijn van het fortuynisme.

De aantrekkingskracht van deze nep-politici, evenals van  would-be-politici zoals Fortuyn en sommige fungerende politici, bijvoorbeeld te vinden in de SP en de PvdV, is uiteraard dat zij met eenvoudige oplossingen komen voor de complexe problemen waarvoor onze samenleving staat.

De boodschap “geen gezeik, iedereen rijk” is qua eenvoud te vergelijken met “at your service”, “alleen goedkope woningen bouwen” of “de moslims zijn de bron van de meeste problemen”.  (Hierbij zij gezegd –ten overvloede natuurlijk- dat genoemde uitingen erg verschillend scoren op de schaal van gruwelijkheid.)

De uitslag van de verkiezingen van 22 november 2006 toont een hang naar simpele uitwegen uit ingewikkelde vraagstukken. In serieuze politieke partijen realiseert men zich blijkbaar wèl dat zulke eendimensionale oplossingen niet werken, maar ziet men tegelijkertijd over het hoofd dat een partij óók als taak heeft, de keuzes die gemaakt moeten worden, op een begrijpelijke en overzichtelijke manier aan de burgers voor te leggen. Wie daar niet in slaagt, verliest stemmen, hoe juist zijn opvattingen misschien ook zijn. Je zou toch denken dat politici dat juist wel weten: dat het er niet om gaat, gelijk te hebben, maar gelijk te krijgen.

De PvdA kan mijns inziens het tij alleen keren door nog meer dan wij al doen, de aandacht te verleggen van de vergaderzaal naar de stad, en dan bedoel ik niet met een boodschap, maar met een gehoorapparaat. Het vertrouwen kan alleen daar herwonnen worden. Een burger die het vertrouwen heeft dat er serieus naar haar/hem geluisterd wordt, weet dat de politicus zijn afwegingen in eerlijkheid maakt en heeft geen referendum nodig om gerust te zijn.

Enige tijd terug schreef ik er al eens een gedicht over, dat ook bij mijn eigen verhaaltje op de PvdA-website staat. Ik laat het hier nog een keer volgen:
 

E PERICOLOSO SPORGERSI

‘Het is gevaarlijk, uit het raam te leunen’
staat er onzichtbaar
naast ieder raadszaalvenster opgeschreven.
In deze kleinere theaterzaal
gelden heel andere regels
dan in de grote daar aan onze voeten.

Zij kijken naar elkaar, betasten
wat zij zeggen moeten
één, twee, ja honderd maal,
zeker, door ideaal gedreven,
maar vaak niet wetend
op wie zij eigenlijk steunen.

Op wat men de tribune noemt
zit Heinz, ik vroeg hem eens te komen
en zien wat mensen in dit huis
beslissen over wat hij, Obdachloser,
zijn schamel thuis mag heten,
hoe zij zijn lot
niet zijn vergeten.

Wat later komt hij in de gang
naar mij gebeend, ik zie collega X
angstig terugdeinzen,
en zegt: ‘Moest ik daarvoor hierheen,
en hem (hij wijst) en haar, die
Mendelssohnen, niet voor niets
Felix geheten, die niemals in ihrem
Leben den finanziellen Not
kennengelernt, over mij horen
spreken vol venijn?’
Hij snelt de trap af, draait naar mij:
‘Ik zie je liever
waar we doorgaans zijn.’