|
DIAGNOSE
later is nu niet meer
zoveel later,
maar gek genoeg is vroeger
ook niet langer vroeg
vertraagde tijd dikt
wat voorbij is in tot concentraat:
het weinige dat nog gebeuren
gaat, hoe onschuldig ook,
zich verder voordoen
als een zoet delict
begrijpt u alles?
misschien meer dan met de stand
van jullie kunst en wetenschap
denk ik, deurknop in de hand en
de andere in de zijne
op straat bekijkt een tienerblik
mij eensklaps oude man
die nog niet laten kan
haar bloei vertederd te bezien:
plukverbod
om de hoek in de kapel
zoek ik God, ik weet Hem
wel aanwezig maar kan nu niet
met hem in gesprek:
incompatibilité d’humeurs
maar bij de deur roept Hij mij terug
toont mij in een déjà vu:
later is voor ons nooit meer
dan meteen na nu
© Rolf Clason, Pouilly sur Loire, 29 juli 2006
≈
PARKINSON
het kwaad heeft nu een
naam
de mond die met een scheve hauw
de woorden niet meer zeggen kon
zoals hij wilde en bij drinken knoeien liet
zoals men slechts bij kinderen of grijsaards ziet,
de hand die bij schrijven
trilde en de woorden speende van
gebruikelijke duiding,
het been dat onafhankelijk van
het andere zijn baan beschreef,
herinnering die vroeger helder bleef
maar ‘t nu –geen waarschuwing vooraf-
voorlopig of voorgoed begaf,
hartspier die deed of hij niet wilde,
onregelmatig trilde en zo verheelde
dat niet aan hem maar aan de hersenen
iets scheelde
de nieuwe tijd zal
nieuwe perspectieven
in plaats zetten van al wat vastgeroest
alles wat ik van mij
altijd op mijn manier
volbrengen moest andere openingen
en anders zingen dan wat onderhand
alleen nog tot verveling leidde
of tot een raar besef van altijd ongeschonden
doorleven alsof er nooit
een einde komt aan tijden
het kwaad heeft nu een
naam, ik moet
het heten en het liefhebben
als mijzelf
en u
© Rolf Clason,
Pouilly sur Loire, 30 juli 2006
≈
KOM
ik kan U niet
U niet, U gaf mij niet
de instrumenten om U te
ik kan niet doen alsof U niet
buiten of binnen mij,
bij alles waarmee ik
U nader om U ver te
werpen, spreek ik
U aan, zie ik U
staan
ik zie dat U mij gaf,
wat U mij gaf
en weet U
de gever
de zonde van de geest
is nooit
in onze macht geweest
© Rolf Clason, Delft, 23
augustus 2006
≈
Die seun klim druipend uit die bad,
sy hele lyf is gaaf en glad (Elisabeth Eybers)
VERVAL
daarnet was ik nog licht
als Tinkelbel en zou haar eindelijk
navliegen kunnen naar Fantasia
maar ik trok aan
de afvoerstop
en langzaam krijg ik weer
mijn aards gewicht
eerst gaan de schouders gewoon hangen
en leggen borstharen zich neer
tonende door hun spaarzaamheid de bleke huid
nu valt de polder van mijn lichaam langzaam droog
en zware klei verheft, die hier en daar
een vijver of een meer insluit
waar eens mijn oerverbinding zat
blijft nog wat nat, een kweekvijver omdijkt,
terzijde wijkt het water van mijn armen:
bleke darmen uitmondend in tentakels
mijn slappe lid, daarstraks tenminste
nog
omhoog gedreven door opwaartse druk,
en ballen, net nog strak als bij Praxiteles
nu vormloos in hun kreukelige zak
verliezen bij de droogval elk volume
de knieën, toch al nooit om van naar
huis,
(al niet veel beter dan het kruis) steken als
onbewoonde eilanden omhoog
totdat het water weg is en de voeten
recht naar boven priemen met elk
hun vijf misvormde vingers
wiebelend op de hielen, doelloos
de kroon der schepping, als er zoiets
is,
is hoogstwaarschijnlijk wel een vis
© Rolf Clason, Den Haag, 16
oktober 2006
≈
O Vater, laß uns ziehn!
(Goethe)
ALBUMBLAD VOOR
MOEDER (1)
Door school gevoed
en als een glad
gestreken wastablet in keurig recht en
soms vooroverhellend handschrift volgezet
heb jij je nederige idealen: ‘s middags
als jóúw moeder zich verschanst
achter haar pannen, jij aan het klavier gezet
oefent op für Elise en wanneer zij niet op je let
danst op de klanken in je hoofd de Charleston.
Nadien kan ik je
enkel zien in haat
voor taal en land en zelfs voor de muziek
die naam draagt van de onderdrukker:
die Duits is en verdacht is en niet deugt.
Zelfs op je mooie ets van Beethoven
ontbreekt iedere vreugde
in zijn ogen.
© Rolf Clason, Delft, 3
december 2006
≈
ALBUMBLAD VOOR
MOEDER (2)
“Mijn moeder houdt niet van muziek.”
Ik zeg het als mijn vrienden met het knopje
van mijn eigengebouwde radio
te onnadenkend omgaan en ik vrees
de blik die achter haar gezicht reeds
naar de dood uitziet.
“Hier öffnen” staat
er op het vat
waar ik bewaar wat van je rest
omdat ik ook niet weten zou
waar ik je stof tot spreken geef.
Nu weet ik toch na al die jaren
dat jouw pianospel erbij moet klinken,
wanneer de wind de banden tussen
de onbegrepen moeder en
het niet begrijpend kind
eerst tekent en dan wist
terwijl een goede pianist
heel mooi en ingetogen speelt
en niet de tijd, maar de muziek,
Duitse muziek die jij vergeefs
trachtte te haten,
mijn wonden heelt.
© Rolf Clason, Delft, 3
december 2006
≈
OSMOSE
er bloeide een roos vlakbij de ingangspoort
in sotto voce januarimaand -
het kroonblad, donker, klein,
durfde op de misplaatste
zonneschijn zich niet verlaten
als was zij de afwezige seizoenskou
slinks ontgaan,
zo voelde ik haar dunne twijgen
warm rond mijn hals verstrengelen
toen ik bij valavond heel onbevreesd
vlakbij de bloem kwam staan
een lang moment rook ik
de geur die al het andere verdreef
zolang het bloemhoofd en het mijne
scheef en onwennig bij elkaar gepakt
genoten van genieten –
toen werd de prille osmose
door nieuwgekomenen verstoord,
maar achter het Bacinolgebouw
zag ik een ster verschieten
© Rolf Clason,
Delft, 12 januari 2007
≈
ABBÉ PIERRE
de ogen heel diep achteruit gekropen
als om harder te kunnen springen,
om door te kunnen dringen in het geweten,
de priesterboord beschut door de
profetenbaard, zo kwam hij
aangelopen
wanneer hij sotto voce sprak
kwamen de woorden forte op ons aan
alsof ze niet voor vox humana
getoonzet waren
maar voor trompet
nog laatste zomer lazen wij
zijn nieuwste boek van oude man*
en zagen hoe men dan nog haast
aan alles twijfelen kan
nu gaat hij toch op reis in juist de late
eerste winternacht die door zijn mensen
op kaden van de Maartensgracht**
in kleine koepeltentjes
verweesd wordt doorgebracht
canoniseer hem niet:
Sint Pieter geeft beschutting aan de staf
van de Saint Père, men heeft er
brood, er is aan tentdoeken geen nood
maar hemelharten
-mogen wij hopen-
gaan zonder titel zonder jota
voor broeder Pierre wel open
© Rolf Clason,
Delft, 23 januari 2007
*)
“Mon Dieu, pourquoi?”
**) Langs het
Canal St. Martin staan de tentjes die hulporganisaties uitgereikt hebben aan
de daklozen van Parijs.
≈
DIT LAND
dit land met vruchtbomen beplant
met langere zichten dan ik nog kan zien
en nu met tien maal meer gezichten
om zoveel mensen aan te kennen,
dit dorp dat op een steenworp van
de grote stad de tijd wat rekt
en zich behaaglijk naar mij voegt
wanneer mijn lichaam zich op
koele stenen straatbank strekt
-nog hoeft mijn vluchtplan niet vervroegd
naar het land voorbij het laatste land
dit kind dat ik zo klein en groot
tegelijk met vochtig oog bekijk
dat altijd anders blijkt dan leek
te zijn, illusies tovert uit de beker
met koperen ventielen, ze voor zeker-
heden rollen laat uit gouden mond
en deze kameraden die meer ooit dan
wie
hen voorgingen doen zien wat wel
misschien de grootste gave is en
die te missen, missen doet
wat men nooit kende en niet kent
en die vriendin, van hier, van daar,
met haar gemoed zo klaar
om bij te staan wat zonder dat
tot moeilijkheden was gewend
dit land dit dorp dit kind en deze
vrienden
onzegbaar hier en onontkoombaar paradijselijk
maar dan, meer dan dat alles:
jouw borst zacht in de kromming van mijn hand
© Rolf Clason, Delft, 1
april 2007
IL PLEUT SUR NANTES
een
gedicht tegen het défaitisme in de Partij van de Arbeid
het regent niet alleen in Nantes,
het regent waar je wilt, als je
je inbeeldt dat het leven grijs is
en vreugdeloosheid wijs is, wegens
aangeboren, alsof dingen
echt zo horen
ook hier is regen onuitroeibaar
als je niet vecht, je neerlegt zonder hoop
en roepen blijft dat zonder
Joop geen strijd gewonnen kan, die man…
hadden wij nog, en was hij maar…
hij was de zon, hij kon, hij kon…
een voorjaarszon met al veel kracht,
die van jezelf, die onverwacht de lach
ontmoet van wie je tegemoet,
ach, ook die zogenaamde kloof
blijkt niets dan een oneffenheid
die je met openheid en aandacht
wel bestrijdt
© Rolf Clason, Esbeek, 5 mei
2007
|